BUITEN

Het is aan te bevelen een ren te bouwen met daarin meerdere hokken en/of schuilplaatsen. Het hangt er natuurlijk van af hoeveel konijnen je hebt, maar in geval van conflictsituaties in een groep konijnen, waarbij één of meerdere dieren uit het hok worden gejaagd, dienen die de mogelijkheid te hebben andere schuilplaatsen op te zoeken. Het is tevens aan te raden een aantal schuilplaatsen te voorzien van twee toegangen. Zeker als een konijn zich bedreigd voelt, gaat het niet in een hok kruipen met maar één vluchtweg. In de natuur zal de konijnenburcht ook steeds meerdere toegangen hebben (vluchtweg voor het geval er gevaar dreigt).

HET HOK
Belangrijke vereisten: het konijn moet er makkelijk zelf in en uit kunnen (trapje, opstapje) en het moet fungeren als een droge, comfortabele schuilplaats.
Best is wanneer het hok langs boven en langs voor open gaat. Indien je je konijntje wilt benaderen, is het veel beter dit langs een deurtje vooraan te kunnen doen, zodat het zich minder bedreigd voelt dan wanneer je het langs boven zou proberen oppakken of strelen (konijn = prooidier). Tevens dien je het hok makkelijk te kunnen reinigen.

In de handel zijn heel wat buitenhokken te vinden in diverse modellen, echter dikwijls van povere kwaliteit. Het dak bestaat bijna steeds uit roofing, wat maakt dat het na verloop van tijd niet meer volledig waterdicht is, aangezien de roofing slijt onder invloed van regen en zon. Ook de oversteek is meestal niet groot genoeg, waardoor regen makkelijker binnenslaat.

Het gebruikte hout is meestal van een lichte kwaliteit. De zinkplaat binnenin, die maakt dat het hok beter te reinigen valt en nochtans noodzakelijk is (naar hygiëne, ontsmetting toe), heeft meestal een veel te lage rand. Een konijntje dat plast, doet daarbij het kontje iets omhoog, waardoor de urine boven de rand van de zinkplaat terecht komt en dus onder die plaat loopt, op de houten of houtvezelbodem.

Je kunt wel met hoektoiletjes werken en in geval van een konijnenkoppeltje lukt het meestal wel de rest van het hok proper te houden. Wanneer je echter een konijnengroep hebt, is dit minder evident en durven ze nogal eens “in het wild” plassen.

Let er tevens op dat je een hok neemt dat niet geschilderd is met toxische verf, vernis of geïmpregneerd is! Konijnen zijn knaag-grage beestjes. Je kunt hen proberen afleiden door takken te geven van wilgen en fruitbomen, maar je kunt niet uitsluiten dat ze ook eens van hun hok “proeven”, vandaar dat ik mijn houtwerk behandel met een natuurlijke beits uit de eco-store.

Wie handig is, maakt waarschijnlijk beter zelf een konijnenhok. Ook kun je het konijnenhok uit de handel na verloop van tijd wat “renoveren” door het dak te vervangen door bijvoorbeeld betonplex, net als de bodem onder de zinkplaat.

Het is aan te raden het hok onder een afdak te plaatsen. Sommige mensen verkiezen een volledig overdekte ren, anderen doen dit niet, maar dan is het wel handig een gedeeltelijk afdak te voorzien, zodat de hokken droog staan en je zelf bij regenweer de hokken kan schoonmaken in het droge.

Plaats het hok op een beschutte plaats, zodat regen en wind geen vrij spel hebben en met de open kant zeker niet naar het westen (regenkant). Let er tevens op dat langoortje ten allen tijde schaduw heeft!

DE REN
De ren kan worden vastgemaakt aan een hok of rond het hok worden gebouwd. De ruimte die je ter beschikking stelt van je konijnen, kan eigenlijk niet groot genoeg zijn. Echter dient daarbij steeds de veiligheid in acht te worden genomen. Mensen onderschatten dikwijls de gevaren waar een prooidier als een konijn aan blootstaat. Mogelijke belagers zijn: vossen, marters, (verwilderde) katten, honden, roofvogels, blauwe reigers… En het is niet omdat jij ze nog nooit gezien hebt in de omgeving, dat ze er niet zijn.

Omheining
– Kies een stevige draad van voldoende dikte (minstens 1,5 mm, zo vermijd je dat een steenmarter er doorheen kan bijten). Kippengaas is niet bruikbaar. Ook een konijn kan daar doorheen bijten.
– Neem als maasgrootte max 4 x 4 cm, (om veilig te zijn voor kleinere martersoorten en jonge marters neem je zelfs beter max 1,5 x 1,5 cm).
– Sluit de bovenkant af met dezelfde draad of een andere stevige dakbedekking (geen net!). Marters zijn goede klimmers en springers (kunnen horizontaal tot 2 meter ver springen). Vaak wordt aangeraden schrikdraad te voorzien langs de buitenzijde van de omheining, op verschillende hoogtes. Tests hebben echter uitgewezen dat dit vossen zal tegenhouden, maar niet noodzakelijk marters!
(bron:http://www.zoogdierenwerkgroep.be/sites/default/files/zwg/Cost_effective_fencing_against_marten.pdf).
Ook een omheining van min. 180 cm hoog kan vossen tegenhouden, maar geen marters.

Ondergrond
Zorg dat de konijnen zich niet kunnen uitgraven en er tegelijk geen roofdieren onder de omheining door kunnen. Marters graven zelden, maar een lichte verplaatsbare konijnenren, zouden ze wel eens kunnen optillen. Een vos is dan weer een goede graver.
Maak dus de onderkant ook af met een stevige draad (op de grond, gefixeerd d.m.v. tenthaken of gronddoekhaken, zodat de konijnenpootjes en -teentjes er niet kunnen inhaken) of onder de grond ingegraven en aan de zijkanten van de ren vastgemaakt) of verharding d.m.v. tegels.
Plaats je geen martergaas als bodem, dan kan je best enkele tegels of platen van 40 cm breed rondom de omheining leggen of de draad 50 cm diep ingraven. Zo kan een konijn of vos er niet onderdoor graven. Als je enkel een draad ingraaft, denk er dan ook aan een stenen drempel aan de toegangsdeur van het hok te leggen en de deur goed te laten aansluiten. Zowel een roofdier als de konijntjes zelf hebben vlug een zwakke plek gevonden!

Gras inzaaien in de konijnenren is een optie, het is echter moeilijk een grasperk in goede toestand te behouden. Konijntjes vreten het grasveldje kaal en het gras heeft niet de tijd terug te groeien, behalve indien uw ren echt groot is en er niet teveel konijnen in zitten.  

Indien je denkt aan een bodem van aarde, hou dan rekening met de bodemsoort: klei of leemgrond verandert al vlug in een modderpoel, waar konijnenpootjes nu niet bepaald gelukkig van worden (vocht en zeker gedurende langere tijd is te vermijden – > polodermatitis). Zandgrond of eerder gemengde grond daarentegen is ideaal voor konijnen, omdat die beter draineert. Je kan natuurlijk ook voldoende zand bovenop de aarde aanbrengen en regelmatig aanvullen.

Ook volledige verharding van de ren, met tegels bv, is een mogelijkheid. Dit heeft echter zijn voor- en nadelen: konijnenpootjes zijn niet gemaakt om constant op een harde ondergrond te lopen. Vooral bij grote en zware konijnen kun je op die manier pododermatitis (ontstoken voetzooltjes) in de hand werken. Wanneer je deze optie kiest, hou er dan rekening mee een niet te ruwe (grove, oneffen structuur) steen te nemen en doe dit dan bij voorkeur in combinatie met een volledig afdak. Vocht maakt de voetzooltjes week en in combinatie met een ruwe steen, vergroot je alleen de kans op pootproblemen. Het voordeel van een harde ondergrond is mogelijkheid tot ontsmetting in geval van ziektes en onderhoudsvriendelijkheid.

Als je konijnen niet de mogelijkheid hebben om te graven, doordat de ren volledig voorzien is van een draad op de grond of door volledige verharding, voorzie dan sowieso een zandbak, ingegraven of niet, zodat ze aan hun natuurlijke graafbehoefte kunnen voldoen. 

Afdekking
Een volledig of gedeeltelijk waterdicht afdak, zoals bijvoorbeeld golfplaten, is alleszins aan te raden. Dit vergroot niet alleen het comfort van de konijntjes, maar ook voor uzelf. Daarbij is het beter als een konijnenhok uit de regen kan staan (zie a. HOK).
Indien je geen afdak voorziet, sluit dan de bovenkant van de ren af met stevig gaas.

Inrichting
Je kunt de ren inrichten met tunnels, wilgenbruggetjes, rieten mandjes, huisjes, kartonnen dozen met meerdere ingangen, … Zo zorg je ervoor dat je konijntjes zich niet vervelen en zodoende geen kattenkwaad uithalen.

TIP: zelf ga ik regelmatig kijken bij de kringloopwinkel voor leuke, goedkope spulletjes. Een afgedankt houten kastje of salontafeltje kan, mits wat aanpassingen en een nieuw likje (niet-giftige!) verf, een nieuw leven krijgen in de binnen of buitenren en je konijntjes heel wat speelplezier bezorgen! Ook een rieten stoel vinden ze leuk..

Een hoge berg zand in de buitenren, bezorgt jouw bunnies gegarandeerd heel wat graafplezier.

Laat een eetbare klimplant, zoals Bruidssluier, over de ren groeien, zodat ze er eventueel beperkt aankunnen (niet aan de wortels en stam). Een beetje groen fleurt het geheel meteen op en de bunnies zijn er gek op.

Voorbeelden van ruime, veilige buitenverblijven vind je hier: https://www.kaninchenwiese.de/haltung/aussenhaltung/aussenhaltung-fotos/

GIFTIGE PLANTEN
Het gedomesticeerd konijn weet niet instinctief wat het wel en niet mag eten. Wilde konijntjes leren dit van de moeder en zo wordt deze kennis van generatie op generatie doorgegeven. Let er dus op dat ze niet aan giftige planten, struiken en bomen kunnen knagen! Zelfs al hebben ze voldoende te eten, dan nog kunnen ze het dikwijls niet laten aan onbekende planten te knabbelen. Het ene konijn zal weer vlugger geneigd zijn dit te doen dan het andere. Zie ook lijst giftige planten bij ‘voeding’.

WINTER
Wat als het buiten kouder wordt?
Veel mensen zijn geneigd hun konijn dan naar binnen te halen. Konijnen kunnen echter beter tegen de kou dan tegen de warmte. Al vanaf september beginnen ze een wintervacht aan te maken. Wanneer ze daarbij een hok ter beschikking hebben dat voldoende beschut staat tegen de wind, waterdicht is en voorzien is van een ruime hoeveelheid droog, schoon stro, kunnen ze tot wel -10°C aan. Belangrijk hierbij is natuurlijk dat het konijn minstens 1 maatje heeft, zodat ze elkaar kunnen warmhouden. 
Je kan het hok extra isoleren door voor de tralies plexiglas of noppenfolie (mogen ze wel niet aankunnen) aan te brengen, of indien het hok droog staat: een jutten zak, deken of houten plaat. Als die laatsten nat kunnen worden, doe je echter meer slecht dan goed.

Haal zeker geen konijn naar binnen om het dan de dag nadien, als het buiten bv minder hard vriest, weer buiten te zetten. Zo zorg je er alleen maar voor dat het ziek wordt. Een garage of schuur is wel een mogelijkheid. Let er echter ook hier op dat het temperatuurverschil niet te groot wordt.